Havo 4 Thema 7 Ecologie
Vul de ontbrekende woorden in: Ecologie is de wetenschap waarbij de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving wordt bestudeerd. Een groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten, heet een populatie. Alle populaties in een bepaald gebied samen noem je een levensgemeenschap. Biotische en abiotische factoren Klik op onderstaande afbeelding en bekijk de informatie. Uitleg biotische en abiotische factoren Wat hoort waar? Sorteer onderstaande begrippen: wat is biotisch en wat is abiotisch? Biotische factor parasieten concurrentie predatie schimmels voedsel Abiotische factor licht neerslag wind temperatuur bodem grondsoort zuurstofgehalte CO2 gehalte Vul de ontbrekende woorden in: De relaties tussen organismen kunnen gericht zijn op concurrentie (competitie) of op coöperatie (samenwerking).Het langdurig samenleven van organismen van verschillende soorten heet symbiose. De vorm van samenleven die voor beide soorten organismen voordeling is, heet mutualisme. Als één van beide soorten er een voordeel van heeft, terwijl het voor de andere geen voordeel en geen nadeel oplevert, dan heet dat commensalisme. Bij parasitisme heeft één soort organisme er voordeel van, terwijl het voor de andere soort nadelig is. symbiose ipad Klik op de afbeelding en bekijk de animatie over symbiose. Symbiose Wat hoort waarbij? Verbind elke omschrijving met de juiste term. bloemen en bijen mutualisme vos en konijn predatie zeepokken op de huid van een walvis commensalisme spoelworm in de darmen van een hond parasitisme Vul de ontbrekende woorden in: Een voedselketen geeft de voedselrelaties weer in een ecosysteem. Een reeks populaties worden met elkaar verbonden, waarbij elke populatie de voedselbron is voor de volgende populatie.Elke schakel in een voedselketen heet een trofisch niveau. In het eerste niveau bevinden zich autotrofe organismen. Dit zijn organismen die met behulp van fotosynthese hun eigen voedsel kunnen maken. Zij produceren organische stoffen uit anorganische stoffen. Deze organismen worden producenten genoemd. Voedselketen Vul de ontbrekende woorden in: De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen noem je assimilatie. Producenten zijn in staat glucose te vormen uit de anorganische stoffen koolstofdioxide en water.Heterotrofe organisme zijn niet in staat organische stoffen te vormen uit alleen anorganische stoffen. Deze organismen zijn daarom consumenten. Zij moeten voor de opbouw van hun cellen organische stoffen als voedsel opnemen . Assimilatie en dissimilatie Vul de ontbrekende woorden in: Door assimilatie ontstaan de organische stoffen waaruit de cellen van een organisme bestaan. Producenten zoals planten maken glucose uit anorganische stoffen. Dit proces heet koolstofassimilatie. Voor dit proces is energie nodig. Planten en cyanobacteriën gebruiken hiervoor de energie uit licht. Video fotosynthese en verbranding Korte samenvatting van fotosynthese (assimilatie) en verbranding (dissimilatie) Koolstofassimilatie Fotosynthese: hoe zat het ook alweer? Overdracht van stoffen en energie Autotroof of heterotroof? Plaats de term in de juiste kolom. Autotroof voeren fotosynthese uit staat aan begin van de voedselketen producenten planten energierijke stoffen maken uit anorganische stoffen geen ander organisme nodig voor voedsel cyanobacterien algen Heterotroof ander organisme nodig voor voeding dieren organisme zonder bladgroen afvaleters consumenten reducenten schimmels meeste bacteriesoorten Voedselrelaties Wat hoort waar? Plaats de begrippen in de juiste kolom. Producenten planten organisme met chloroplasten cyanobacteriën algen wieren staat aan het begin van de voedselketen Consumenten planteneter vleeseter alleseter mens afvaleters staat aan het einde van de voedselketen Reducenten schimmels bacteriën maken anorganische stoffen uit dode resten voedselkringloop Klik op onderstaande afbeelding en bekijk de animatie over de voedselkringloop. Voedselkringloop Biologiepagina.nl Klik op de afbeelding en bekijk de animatie over voedselpiramides. Voedselpiramide Examenvraag voedselpiramide:Relaties tussen organismen kunnen worden weergegeven door middel van een piramide van energie. In de afbeelding is zo'n piramide getekend, opgebouwd uit drie niveau's. Bepaalde vlakken zijn grijs.Over de grijze vlakken in deze piramide worden drie uitspraken gedaan:1. De grijze vlakken stellen de biomassa voor die opgeslagen is in de organismen van dat niveau.2. De grijze vlakken stellen onder andere het afval voor in de vorm van uitwerpselen van organismen in dat niveau.3. De grijze vlakken stellen onder andere de energie voor die vrijkomt bij dissimilatie van de in dat niveau aangegeven organismen.Welke van deze beweringen is of welke zijn juist? alleen 1 alleen 2 alleen 3 zowel 1 als 2 zowel 1 als 3 zowel 2 als 3 In de noordwestelijke Atlantische Oceaan, op het continentale plat van Canada en de Verenigde Staten, stortte de kabeljauwpopulatie begin jaren negentig volledig in. De Canadese overheid besloot daarom de vangst geheel te verbieden.De kabeljauw leeft daar van lodde, een visje dat zich voedt met plantaardig en dierlijk plankton.Tot welke twee schakels in de genoemde voedselketen kan de kabeljauw gerekend worden? producent en consument consument 1e orde en consument 2e orde consument 2e orde en consument 3e orde consument 3e orde en reducent Vul de ontbrekende woorden in: Nadat bijvoorbeeld een stuk bos door een brand is verwoest, zal het gebied zich opnieuw gaan ontwikkelen. De eerste soorten die zich vestigen op een kaal stuk grond zijn de pioneersoorten. Samen vormen ze een pioneerecosysteem. Na verloop van tijd zullen er grotere planten komen en meer diersoorten kunnen zich vestigen. Dit proces waarbij de soortsamenstelling verandert heet successie.Tijdens dit proces neemt de biodiversiteit (soortenrijkdom) toe. Het eindstadium van successie is een climaxecosysteem. Successie (van pioniers,- tot climaxecosysteem) Klik op de afbeelding hieronder en bekijk de animatie over successie. Successie Wat hoort waar? Plaats de begrippen in de juiste kolom: Pioniersecosysteem beginstadium van successie eenvoudig voedselweb weinig hoogteverschil in begroeiing organismen minder gevoelig voor schommeling in abiotische factoren biomassa neemt toe Climaxecosysteem bevat veel humus veel verschillende soorten organismen stabiel ecosysteem biomassa blijft gelijk grote biodiversiteit Koolstofkringloop Klik op onderstaande afbeelding en bekijk de animatie over de koolstofkringloop. Koolstofkringloop Nijntje en het nitraat, de stikstofkringloop Klik op de afbeelding hieronder en bekijk de animatie over de stikstofkringloop. Stikstofkringloop Examenvraag:Laatste stap wortelknolvorming is opgehelderdDe Rupsklaver (Medicago truncatula) is een meerjarige plant. Met de ontdekking van twee genen hebben Wageningse moleculair biologen de laatste stap in de vorming van wortelknolletjes bij vlinderbloemige planten opgehelderd. Al langer was bekend dat deze planten knolletjes vormen als ze geïnfecteerd raken met bacteriën van het geslacht Rhizobium. De twee genen maken het mogelijk dat de bacterie wordt opgenomen door de plant en dat de wortelknol wordt gevormd. Het inzicht in dit proces maakt het misschien mogelijk om in de toekomst andere planten dan vlinderbloemigen zo te veranderen dat ook bij hen wortelknolletjes gevormd kunnen worden. Hoewel rijstplanten niet tot de vlinderbloemigen behoren, proberen onderzoekers deze plant zo te manipuleren dat zij zelf in haar stikstofbehoefte kan voorzien.De stikstofbacteriën in de wortelknolletjes vormen een belangrijke schakel in de stikstofvoorziening van de plant.Welke van de onderstaande alternatieven geeft deze rol juist weer? De bacterie zet anorganische stikstofverbindingen om in andere anorganische stikstofverbindingen De bacterie zet anorganische stikstofverbindingen om in organische stikstofverbindingen. De bacterie zet organische stikstofverbindingen om in anorganische stikstofverbindingen. De bacterie zet organische stikstofverbindingen om in andere organische stikstofverbindingen. De door de bacterie geleverde stikstofverbindingen worden in de plant gebruikt voor assimilatie.Welke van onderstaande stoffen bevatten als gevolg van deze assimilatie stikstof? aminozuren cellulose glucose vetzuren Het proces van wortelknolvorming luistert zeer nauw. Het is zelfs zo dat deklaverplant niet ongelimiteerd de wortelknolbacteriën binnenlaat omdat dit op den duur nadelig is voor de klaverplant.Waardoor is het voor de klaverplant nadelig om te veel wortelknolbacteriën binnen te laten? Het kost de plant energie om de wortelknolletjes te maken Het kost de plant energie om de bacteriën van glucose te voorzien Zowel antwoord a als b is goed