Oefeningen na Zoom les 17/05/2021

Oefeningen na Zoom les 17/05/2021 worksheet preview image
Language
NLD
Assignments
22 classrooms used this worksheet

1. Klik op Vertel welke producten je op deze foto's ziet. 2. Luister naar de dialoog en vul de tekst in. De klant staat in de fruit-en groentewinkel (soort winkel). Zij koopt 1 kilo boontjes en 1 doosje aardbeien. Zij betaalt 3,75 euro. 3. Luister naar de dialoog en vul de tekst in. De klant staat in de bakkerij (soort winkel). Zij koopt 1 bruin brood, 6 pistolets, 4 sandwiches, 1 aardbeientaart voor 8 personen en 3 appelflappen. Zij betaalt 23,40 euro. 4. Luister naar de dialoog en vul de tekst in. De klant staat in de slagerij (soort winkel). Zij koopt 100 gram hesp, een halve kilo koteletten en 6 worsten. Zij betaalt 8,50 euro. Zij betaalt met bancontact. 5. Vul de dialoog aan met de juiste woorden uit de luisteroefening.V = verkoperK = klant V: Wie is de volgende?K: Dat ben ik.V: Kan ik u helpen?K: Ik wil graag 1 kilo witloof.V: Nog iets anders?K: Ja, nog2 komkommers aub.V: Is dat alles?K: Ja, dat is alles. Hoeveel moet ik u?V: Dat is anderhalve euro.K: Aub, 1 euro en 50 cent.V : Dat is gepast! Tot ziens. 6. Klik op Vertel wat jij graag eet en wat jij niet graag eet. . 7. Klik op Vertel alle namen van de producten op deze foto's. 8. Luister naar de dialoog. Over welke producten praten de twee buren? 9. Sorteer de producten in de juiste vuilniszak of vuilnisbak. GFT Papier en karton Glas PMD Je kan hier sigaretten kopen. Hier moet je je sigaret roken. Hier mag je niet roken. Hier mag je met een sigaret binnen. Het water van deze kraan mag je drinken. Het water van deze kraan mag je niet drinken. Het water van deze kraan moet je in een fles doen. Het water van deze kraan moet je drinken. Hier moet je je fototoestel afgeven. Hier mag je niet fotograferen. Je mag je foto's niet tonen. Hier mag je je gsm gebruiken. Hier moet je je gsm uitzetten. Hier moet je je gsm afgeven. Je gsm mag niet te luid. Hier mogen honden binnen. Hier moet je je hond vasthouden. Hier moeten honden binnen. Hier mogen honden niet binnen. 11. Vul het correcte verbum in :moet / moeten / mag niet / mogen niet a. Een bokaal moet bij glas.b. Een bananenschil mag niet bij papier en karton.c. Een krant moet bij papier en karton.d. Een tube tandpasta moet bij PMD.e. Een visgraat moet bij GFT.f. Eierschalen moeten bij GFT.g. Een enveloppe moet bij papier en karton.h. Een deksel mag niet bij glas.i. Een spuitbus mag niet bij restafval.j. Een blikje Cola moet bij PMD. 12. Klik op en antwoord op de vraag. Ja dat mag!OFNee dat mag niet. Een ......... moet bij ......... Mag een bij PMD?Mag een bij glas?Mag een bij PMD? Mag een bij restafval?Mag een bij papier en karton?Mag eenbij glas?Mag een bij GFT? Je bent klaar met de oefeningen!Klik zeker op en daarna op

Use This Worksheet