Les 18/10 : Perfectum + Verhaal lezen
Deel 1 : Perfectum 1) Schrijf de verba tussen haakjes in Perfectum.Schrijf ook "hebben 1) De man is naar de winkel gegaan. (gaan)2) Hij heeft een jas gekocht. (kopen)3) Op reis heeft mijn vader elke dag de krant gelezen. (lezen)4) Ik heb mijn twee dochters naar school gebracht. (brengen)5) Heb jij de deur gesloten? (sluiten)6) Vorige maand ben ik naar Rusland gevlogen met het vliegtuig. (vliegen)7) Heb je veel aan mij gedacht? (denken)8) Thomas heeft de borden en tassen afgewassen. (afwassen)9) Ik heb een super mooi cadeau gekregen! (krijgen)10) Vandaag ben ik mijn boterhammen niet vergeten! (vergeten)11) Zij hebben vanmorgen om 11u ontbeten. (ontbijten)12) Ik heb gisteren €10 op straat gevonden! (vinden)13) Ik heb mijn kinderen een snoepje gegeven. (geven)14) Wij zijn altijd naar de les gekomen. (komen)15) Sofie is gisteren met de auto naar Brussel gereden. (rijden)16) Ik ben gescheiden. (scheiden)17) Mijn nonkel is vorige week gestorven, dus ik ben een beetje triestig. (sterven)18) Hij is van de trap gevallen en heeft zijn been gebroken. (vallen - breken) 2) Welke activiteiten heb jij gisteren gedaan?Kijk naar de foto's en schrijf in Perfectum. Deel 2 : Een verhaal lezen 3) Je start met een nieuwe job.Je krijgt nog een e-mail van Peter met wat informatie over je collega's.Lees de e-mail en antwoord op de vragen. a) Welke TWEE zinnen zijn correct? Karel is ouder dan de directeur. Karel is sympathieker dan de directeur. De directeur is sympathieker dan Karel. De directeur en Karel zijn even (=) sympathiek. b) Wat mag je zeker niet doen op je eerste werkdag? Koffie drinken. Koffie drinken voor 10u30. Koffie drinken in de pauze. c) Welke DRIE zinnen zijn correct? Karel zal volgend jaar stoppen met werken. Karel heeft zijn been gebroken. Karel heeft gezien dat Peter koffie gedronken vóór de pauze. Karel heeft koffie gedronken vóór de pauze. Karel zal jou helpen als er een probleem is. Karel heeft vorig jaar naar Peter gebeld om hem veel beterschap te wensen. d) Wie is directeur Janssens? Kijk goed naar de kledij. d) Wie is Karel? Kijk goed naar de kledij.