Oefentoets H7 Interpersoonlijke communicatie
Hoe zou jij 'interpersoonlijke communicatie' omschrijven? Verbind elke situatie met de juiste ruis. Fysieke ruis Jutta kan de uitleg van de leerkracht moeilijk verstaan, aangezien de ramen van het lokaal open staan en de kleuters buiten spelen en veel lawaai maken Fysiologische ruis Seppe stond het voorbije weekend op een concert veel te dicht bij de geluidsinstallatie en verstaat nu amper wat er gezegd wordt. Psychologische ruis Jelle heeft moeite om open en spontaan te communiceren met zijn grootouders. Volgens hem hebben ze altijd commentaar op hoe hij gekleed is en welke hobby's hij uitoefent. Semantische ruis Simge is ziek en gaat naar de dokter. Ze begrijpt niets van de wetenschappelijke uitleg die de dokter haar geeft Geef drie duidelijke verschillen tussen massacommunicatie en interpersoonlijke communicatie. Pas de drie soorten communicatie toe op één persoon. Geef duidelijk aan op welke personage je deze opdracht toepast. Toon met een concreet voorbeeld aan dat de sociale context de interpersoonlijke communicatie beïnvloedt. Vul aan. Je zal sommige begrippen meerdere keren moeten gebruiken. Denk aan het schema van het interpersoonlijk communicatieproces. Om te communiceren wordt er een boodschap overgebracht tussen de zender en de ontvanger. Dit gebeurt via een kanaal. Elke ontvanger kan op zijn beurt zender worden. We spreken in dat geval over feedback. Geef een assertieve reactie in de onderstaande situatie. Gebruik elementen van de ik-boodschappen en benoem ze. Je wil een avondje uit met je lief. Vlak voor je vertrekt zegt hij dat zijn beste vriend ook meekomt. Hij vraagt of je het erg vindt. Eigenlijk wil het liefst met je lief alleen zijn vanavond. Gebruik in de onderstaande situatie een techniek van actief luisteren. Je mag zelf kiezen welke maar vergeet de techniek zeker niet te benoemen. Mijn beste vriend wil niet meer met me spreken omdat hij vindt dat ik te veel probeer om op een goed blaadje te staan bij de leerkrachten. Juist of fout? Verbeter indien nodig. Lichaamstaal is een voorbeeld van digitale taal. Pas het eerste en vijfde axioma van Watzlawick toe op de volgende video. Leg de binnen-, buiten- en overkant van communicatie duidelijk uit aan de hand van een voorbeeld.