Les 3 Dieren en planten herkennen in de berm
1 Planten die vaak voorkomen in bermen. 1.1 paardenbloem De paardenbloem herken je makkelijk aan de gele bloempjes. Elk geel blaadje is een bloem. Later worden al die bloempjes samen een witte pluizige bol. Die bol zit vol met zaadjes. Die zorgen ervoor dat er nieuwe paardenbloemen komen. De paardenbloem heeft een stevige wortel en de blaadjes groeien in een bladrozet. 1.2 Bekijk even aandachtig volgend filmpje over de paardebloem. Heb je het filmpje goed bekeken? Dan kan je zeker onderstaande tekst invullen! Dit zijn paardenbloemen. Ze worden ook wel molsla of paardensla genoemd, omdat paarden ze graag eten en ze vallen erg op in groene weilanden waar vaak paarden staan. De bijen zijn er dol op. Die hebben dit jaar nog niet zoveel bloemen bij elkaar gezien. Maar een paar dagen later zie je opeens alleen maar pluizenbollen! Zijn de paardenbloemen in die wattenbolletjes veranderd? Na een paar dagen sluiten alle blaadjes. En dan gaat het gebeuren: ze veranderen in pluizenbollen! Maar hoe werkt dat nou precies? Hoe konden die gele blaadjesin witte pluisjes veranderen? We nemen een gele paardenbloem en snijden die open met een mesje. Deze witte puntjes op het bloemhoofdje zullen uiteindelijk in zaadjes veranderen. Daarboven zitten witte stengels en wit plakspul. Een paardenbloem bestaat uit heel veel kleine blaadjes. Daarom is een paardenbloem een composiet. Zo ziet een enkel blaadje eruit. De volgende bloem is een dag ouder. De toekomstige zaadjes liggen op het bloemhoofd. Ze zijn nog langer geworden. Het witte plakspul onder de gele blaadjes wordt steeds dikker en de steeltjes ertussenin worden steeds langer. Twaalf uur later is er bijna niks meer over van de gele blaadjes. Ze hebben allemaal losgelaten. De zaadjes zijn gegroeid, en de steeltjes zijn veel langer geworden. Aan het einde van de steel zitten deze pluizige haren die langzaam open zullen gaan. Nog eens twaalf uur later worden de zaadjes steeds donkerder. Nog even en ze zijn er klaar voor. Aan het einde van de steel zie je de pluizenbol al zitten. Zodra het droog genoeg is, vouwt de bloem zich open en verandert in een pluizenbol. Het bloembed is een balletje geworden. De zaadjes zijn donker en hangen in trosjes bij elkaar. Dit is wat er in twee dagen is gebeurd: de gele bloemen zijn er af gevallen en de zaadjes groeien tot ze op parachutes lijken. Vliegen maar, kleine zaadjes! Dat jullie maar mooie, gele paardenbloemen mogen worden. 1.2 De planten in de berm Lees de teksten.Planten worden dikwijls genoemd naar een opvallende eigenschap van de plant. Bij welke plant horen volgende tekstjes? witte dovenetel Deze bloemen zijn aangepast aan hommels. Terwijl de hommels zoeken naar nectar, stempelen de meeldraden stuifmeel op hun rug. fluitekruid Van deze sterke, holle stengels kun je fluitjes maken. paardenbloem Vele lintbloempjes zitten samen in eenkorfje. stinkende gouwe Dit is een stengel vol oranje sap.Als de plant verwond wordt, vormt dit sap een beschermend korstje.Het zou ook helpen tegen wratten. vogelwikke Dit zijn de ranken. Platte met slappe stengels, wikkelen zich rond andere planten. 1.3 En deze? brandnetel Dit zijn brandharen. Als ze in de huid vandieren of mensen prikken, breekt het topje af en komt er bijtend zuur in de huid. grote weegbree Deze bladeren zijn heel sterk. Als je erop loopt, scheuren ze niet kapot. Daarom kan deze plant groeien op plaatsen waar veel wordt gelopen. ooievaarsbek Dit vruchtje lijkt op de snavel een ooievaar. vlasleeuwenbek Deze bloemen hebben een puntzakje metnectar onderaan. Alleen hommels zijn zo sterk dat ze de bloem kunnen openduwen om bij de nectar te geraken.