De stijlfiguren
Master Latijnse stijlfiguren! Oefen klank, woordvolgorde & herhaling.
1. Stijlfiguren gebaseerd op de klank van woorden Bekijk het onderstaande filmpje. Klik op het lege veld en vul de tekst aan met de juiste begrippen. Wat je gehoord hebt in het bovenstaande filmpje, is in Latijnse poëzie niet anders. Door te spelen met de klanken van een woord(groep) of door de herhaling van klanken kan de schrijver het ritme en de muzikaliteit van de woorden benadrukken.Het klassieke rijm dat wij kennen is eindrijm. Daarbij krijgen bepaalde woorden dezelfde eindletters. Dat was bij de Romeinen echter helemaal niet gebruikelijk in poëzie.Bij een homoioteleuton(< Grieks: homoios = gelijk / teleutan = eindigen) hebben twee of meer opeenvolgende woorden dezelfde uitgang. Ze kunnen eventueel gescheiden zijn door een inhoudelijk niet zo belangrijk woord. Bv. satis eloquentiae, sapientiae parum (Sall. DCC 5)Van alliteratie waren de Romeinen dan wél weer fan. Bij deze stijlfiguur, ook wel stafrijm genoemd, beginnen opeenvolgende woorden met één of meerdere gelijke medeklinkers. Op die manier worden deze woorden nauwer bij elkaar betrokken.Klinkerrijm of assonantie wil zeggen dat je rijm verkrijgt door de herhaling van gelijke klinkers.Bij een onomatopee of klanknabootsing illustreert de klank van een bepaald woord de inhoud van de zin. In het Nederlands kennen we bijvoorbeeld de 'koekoek'. Dit is een vogel die - zo lijkt het wel - 'koekoek' fluit, iets wat de Duitsers (Kuckuck), de Engelsen (Cuckoo) en de Fransen (Coucou) beamen. Ook wat langer geleden was dit een gewoonte: zo noemden de Egyptenaren de kat 'mau', wat ons toch ook niet zo vreemd in de oren klinkt, en de Romeinen benoemden gemurmel of gefluister met het passende 'murmur'. Eindrijm: een voorbeeld 2. Stijlfiguren gebaseerd op woordvolgorde In principe kent het Latijn geen vaste woordvolgorde: de naamvallen maken het mogelijk om elk woord op een andere plaats te zetten in een zin en tóch te weten welke functie het woord heeft. Vergelijk eens met het Nederlands: wij hebben geen naamvallen (meer) en moeten dus wel een vaste woordvolgorde in een zin hanteren.Toch heeft men in het Latijn eenneutrale woordvolgorde die men gebruikt als basis om op te variëren: onderwerp - complementen (LV, MV, ...) - gezegde.Door woorden op een 'ongewone' plaats in de zin te zetten, kan de auteur de aandacht vestigen op deze woorden. Dit kan door bv. inhoudelijk belangrijke woorden naar voren te halen. Daarop komt dan extra nadruk te liggen.Verbind in onderstaande oefening de stijlfiguur met de correcte uitleg: Inversie Omgekeerde woordvolgorde: een woord dat meestal achteraan staat, wordt vooraan gezet - of omgekeerd - en krijgt zo meer focus. Vaak is dit het gezegde. Chiasme Kruisstelling: twee woordgroepen die inhoudelijk of grammaticaal parallel zijn, worden in gekruiste volgorde geplaatst (ABBA). Dit spiegeleffect benadrukt meestal en tegenstelling. Parallellisme Overeenkomst in woordvolgorde: woordgroepen of zinnen worden in dezelfde volgorde geplaatst. Zo wordt de gelijkaardigheid onderstreept. Hyperbaton Overstap: wanneer twee bij elkaar horende woorden bewust uit elkaar getrokken zijn, geeft dit grotere nadruk en intensiteit aan het vooropgeplaatste woord. Enjambement Oversprong: er valt geen rust aan het einde van het vers en de zin loopt door in het volgende vers. Zo kan de spanning of de emotie aangehouden worden over het verseinde heen. 3. Stijlfiguren gebaseerd op herhaling of weglating van woorden Bekijk vanaf minuut 10:08 tot het einde deze iconische 'Yes we can'-speech van Barack Obama in New Hampshire. Klik op het lege veld en vul de tekst aan met de juiste begrippen. Obama staat enorm bekend voor zijn retorisch talent. Dat wil zeggen dat hij een enorm goed spreker is. Zijn trukendoos is echter al wat ouder en was ook bij de Grieken en de Romeinen bekend. Stijlfiguren maken een belangrijk deel uit van die trukendoos.In zijn speech in New Hampshire zegt hij in amper drie minuten tijd wel dertien keer 'Yes we can' Obama erkent zo de kracht en invloed van een repetitio: de onmiddellijke herhaling van een woord(groep). De iconische slagzin 'Yes we can' is zo de tijd ingegaan als onlosmakelijk verbonden met Obamas presidentsverkiezing in 2008, maar wordt ook daarbuiten meermaals nagevolgd en geïmiteerd (bv. "Yes you scan!" bij de overstap op digitale abonnementen bij De Lijn).De herhaling van een woord(groep) aan het begin van opeenvolgende zinsdelen of zinnen is een anafoor. Dit bevordert de symmetrie van de zin en legt meer klemtoon op het herhaalde woord. Lees de tekst en match nadien de stijlfiguren met het correcte voorbeeld. Asyndeton:(< Grieks: a- = niet) Dit betekent dat er bewust voegwoorden worden weggelaten. Het verwachtingspatroon wordt doorbroken en de opsomming wordt op die manier krachtiger of de tegenstelling scherper.Polysyndeton:(< Grieks: poly- = veel) Dit is het omgekeerde van een asyndeton. Hier wordt een voegwoord bewust bij elk onderdeel hernomen, om ook het belang van elk onderdeel afzonderlijk te benadrukken.Ellips:Eén of meerdere woorden worden weggelaten voor een bondiger of levendiger resultaat. Vooral 'esse' wordt zo weggelaten.Polyptotonof veelvormigheid: Dit geeft aan dat verschillende vormen van één woord dicht bij elkaar staan. Met verschillende vormen bedoel ik in een andere vorm, wijs, tijd, persoon, getal, naamval, geslacht etc.Tautologie:Bij een tautologie wordt een begrip tweemaal uitgedrukt. Een woord wordt gevolgd door een evenwaardig woord met bijna dezelfde betekenis, om het geheel meer kracht te geven. In het Nederlands gebruiken we zo soms de uitspraken 'gratis en voor niets' of 'enkel en alleen'.Pleonasme: Let op, verwar dit niet met een tautologie! Een pleonasme verwijst naar een aspect dat al duidelijk is door het woord op zich, maar dat toch nog eens extra vermeld wordt. Het is eigenlijk overbodig, maar dient om het beeld uit te vergroten. Natte regen, witte sneeuw ... zijn voorbeelden in het Nederlands.Zeugma: God schept de dag en moeder de soep: dit is een typisch voorbeeld van een zeugma. Een werkwoord wordt verbonden met twee voorwerpen, waarbij het werkwoord eigenlijk twee verschillende betekenissen heeft. Soms is dit humoristisch bedoeld.Adiectivum pro genitivo: Tot slot gebruiken dichters vaak een adjectief om de genitief van een substantief te vervangen. Asyndeton Polysyndeton Ellips Polyptoton Tautologie Pleonasme Zeugma Adiectivum pro genitivo 4. Stijlfiguren gebaseerd op de betekenis van woorden en zinnen Binnen de stijlfiguren heb je drie soorten tegenstellingen: antithese, oxymoron en paradox.Een antitheseof gewone tegenstelling wil zeggen dat er twee tegengestelde woorden, zinsdelen of zinnen nevengeschikt staan, soms met voegwoorden zoals non (solum) ... sed (etiam) ...Een oxymoron(< Grieks: oxus = scherp, mooros = bot) is een scherpe tegenstelling, een bijzondere vorm van een antithese. Twee tegengestelde woorden staan in een onverwachte combinatie bij elkaar. Bij een oxymoron is de nabije plaatsing van de woorden dus erg van belang. Denk aan de aanhef van De Bello Gallico: Gallia est omnisdivisain partes tres (...) Omnis en divisa staan naast elkaar om het contrast te tonen.Naast een voorbeeld van een oxymoron, zijn omnis en divisa ook een voorbeeld van een paradox of schijnbare tegenstelling. Een oxymoron en een paradox gaan dan ook vaak hand in hand. Bij een paradox lijken twee gedachten op het eerste gezicht tegengesteld, maar bij nader inzien zijn ze door de context geen tegengestelden.Bekijk de video die het verschil uitlegt tussen een oxymoron en een paradox. Lees de tekst en match nadien de stijlfiguren met het correcte voorbeeld. Een hendiadys is een stijlfiguur waarbij twee substantieven nevengeschikt zijn, maar het ene logisch gezien bijvoeglijk bij het andere hoort. Door ze nevengeschikt te plaatsen krijgen beide elementen evenveel aandacht.Bij een hypallage congrueert (= overeenkomen in naamval, geslacht en getal) een adjectief met een substantief, maar hoort dat adjectief eigenlijk inhoudelijk bij een ander substantief. Hendiadys Hypallage Klik op het lege veld en vul de tekst aan met de juiste begrippen. Bij een hyperbool of overdrijving worden de feiten overdreven om meer indruk te maken.Wat een negatieve bijklank heeft, wordt verbloemd om het minder erg voor te stellen. Dit is een eufemisme. Bv. het gebruik van 'pacare' (letterlijk: tot vrede brengen) in de eigenlijke betekenis van 'onderwerpen'.Een litotes is de ontkenning van het tegendeel. Zo beklemtoont of bevestigt men wat men wél bedoelt.Bij een anticipatio of vooruitblik wordt het einde al gesuggereerd in de loop van het verhaal. Op die manier wordt de spanning behouden en zelfs opgedreven.De gewone volgorde van gebeurtenissen wordt bij een hysteron proteron omgekeerd. Wat eerst gebeurt komt laatst te staan. Welke stijlfiguur zit in deze verzen verstopt?'audiat ipse licet, maius Iove.' Ridet et auditet sibi praeferri se gaudet et oscula iungit,(Uit: Callisto, vv. 429-430) Hyperbool Eufemisme Litotes Anticipatio Hysteron proteron Welke stijlfiguur zit in deze verzen verstopt?et, nisi quod virgo est, poterat sentire Dianamille notis culpam: nymphae sensisse feruntur(Uit: Callisto, vv. 451-452) Hyperbool Eufemisme Litotes Anticipatio Hysteron proteron Welke stijlfiguur zit in deze verzen verstopt?dedit oscula nato non iterum repetenda(Uit: Daedalus en Icarus, v. 29) Hyperbool Eufemisme Litotes Anticipatio Hysteron proteron Welke stijlfiguur zit in dit vers verstopt?impedit amplexu nec se sine crimine prodit(Uit: Callisto, v. 433) Hyperbool Eufemisme Litotes Anticipatio Hysteron proteron 5. Verschillende vormen van beeldspraak Door beeldspraak suggereert een auteur gedachten en gevoelens in plaats van ze letterlijk te verwoorden.Onderstaand fragment komt uit de film 'Il Postino'. Het speelt zich af op het Italiaanse eiland Salina en gaat over een postbode die dagelijks vele brieven van vrouwen moet afleveren bij de verbannen Chileense dichter Pablo Neruda. De postbode wil ook dichter worden om zo de mooie Beatrice te kunnen verleiden ...Bekijk het fragment. Verbind de stijlfiguur met de correcte uitleg. Vergelijking Een concrete persoon of zaak wordt vergeleken met iemand of iets anders, met gebruik van een voegwoord (als, zoals, alsof). Metafoor Een woord wordt vervangen door een ander woord op basis van een betekenisovereenkomst, die berust op een onuitgesproken vergelijking. Het voegwoord 'als' wordt niet gebruikt. Metonymie Een woord wordt vervangen door een ander woord op basis van een betekenisovereenkomst zoals 'deel en geheel', 'stof en voorwerp', 'gevolg en oorzaak', 'abstract en concreet' ... Homerische vergelijking Een vergelijking wordt breed uitgewerkt, zodat ze een klein tafereel op zich vormt en de situatie herkenbaarder wordt. Epitheton ornans Een adjectief staat steeds bij een substantief of eigennaam en geeft er een blijvende en algemene eigenschap aan. Bv. 'helmboswuivende' Hektoor Personificatie Verpersoonlijking; een abstract begrip of een voorwerp wordt als levend voorgesteld met menselijke kenmerken.