Werkwoordenblok 14
Tegenwoordige tijd De ik-vorm krijgt nooit een t.ik werk, ik fiets, ik gooi, ik luister...Een ander (mens, dier of ding) krijgt altijd een t,behalve als er je of jij achter het werkwoord staat.jij werkt - werk jij, jij fietst - fiets jij, jij gooit - gooi jij, je luistert - luister je...Een werkwoord in de tegenwoordige tijd kan alleen op een d eindigen, als de stam van het werkwoord op een d eindigt.worden - ik word - jij wordt ,branden - ik brand - het huis brandtJe kunt niet altijd horen of je achter een werkwoord eentmoet toevoegen.Als je twijfelt kun je het werkwoord vervangendoor een werkwoord waarvan de stam niet eindigt op een d of t, bijvoorbeeld lopen of smurfen.‘Jij loopt, eindigt op een ‘t’, dus jij wordt eindigt ook op een 't'.Ik smurf eindigt niet op een 't', dus ik vind eindigt ook niet op een 't'. Schrijf het passende nummer van het werkwoordschema tussen haakjes. We gebruiken enkel de nummers van 1 tot en met 4. 1. De strijd (1) blijft (4) nog een tijdje duren.2. In het voorjaar zaait (4) papa heel wat in het groentetuintje.3. De marathonloper struikelt (4) net voor de aankomst.4. In de vakantie slaap (2) ik graag uit.5. Hij rijdt (4) met zijn fiets naar school.6. De konijnen huppelen (2) door het groene gras.7. Juffrouw beantwoordt (4) de vragen van de leerlingen.8. De verkeerd (1) geparkeerde auto wordt door de politie verplaatst (1).9. Deze kleuter kleurt (4) op een schitterende manier het blad (1).10. Moeilijke woorden onthoud (3) ik nooit!