2.3 schriftelijk rem. plusquam-perfectum
Maak het plusquamperfectum van de infinitieven tussen haakjes (normale verba). 1. Had ik die kat nu maar niet geaaid (aaien) dan zou ik nu geen last hebben van mijn allergie.2. Toen ik 15 jaar oud was, had ik al twee keer op de Cauberg gefietst (fietsen).3. Had ik maar eerder mijn vader gebeld (bellen) om mij op te komen halen.4. Nadat ik geslaagd was (slagen), meldde ik me meteen aan voor een vervolgopleiding.5. Nadat ik mijn rijexamen succesvol had afgelegd, vroeg ik meteen mijn rijbewijs aan bij de gemeente.6. Toen ik 12 jaar oud was, had ik voor het eerst gegolfd (golven).7. Had ik mijn vader maar gebeld (bellen) toen het vliegtuig geland was (landen).8. Joep had het konijnenhok schoongemaakt (schoonmaken) voordat het nieuwe konijn kwam.9. Zij had de keuken opgeruimd (opruimen) voordat hij langskwam.10. Phillip had zijn schoenen gepoetst (poetsen) voordat hij naar de disco ging. Maak het plusquamperfectum van de infinitieven tussen haakjes (speciale verba!). 1. Het was leuk geweest (zijn) als je die jurk had gekocht (kopen).2. Had ik nu maar pianolessen genomen (nemen) als kind.3. Toen ze 15 was, had Lisa al meerdere keren alcohol gedronken (drinken).4. Tim had al meerdere keren geklommen (klimmen) voordat hij naar de Himalaya vertrok.5. Renée was al eerder in Madrid geweest (zijn) voordat ze er ging studeren.6. Het was slim geweest (zijn) als je het boek had gelezen (lezen) voor de boekbespreking.7. Had ik de hond nu maar gewassen (wassen) voordat we weggingen.8. Als ik beter mijn best had gedaan (doen) dan had ik die prijs vast en zeker gewonnen (winnen). Schrijf de juiste vorm van het verbum: kies voor het imperfectum of plusquamperfectum. 1) Nadat ik het boek gekocht had (kopen), las (lezen) ik het onmiddellijk. 2) Net nadat hij geschreeuwd had (schreeuwen), kwam (komen) ze naar buiten.3) Nadat ik naar het toilet geweest was(zijn) , kreeg (krijgen) ik al een nieuw drankje.4) Nadat wij gedoucht hadden (douchen), gingen (gaan) wij naar school.5) Nadat ze gevallen waren (vallen), stonden (opstaan) ze direct weer op.6) Voor ze naar school gingen (gaan), hadden Koen en Tom ontbeten. (ontbijten)7) Nadat hij naar huis gegaan was (gaan), keek (kijken) hij naar een film.8) Nadat ze haar diploma behaald had (behalen), vond (vinden) Laura een job.9) Voordat hun moeder thuiskwam (thuiskomen), had zij al gekookt. (koken)