Perfectum (2)
Weet je het nog? Hoe maak je het participium van normale verba? GE + STAM (= infinitief zonder -en) + D / TOm te weten of het + d of +t is, kijk je naar de infinitief:- Is de letter voor -en een letter van SOFT KETCHUP, dan schrijf je + t.- Is de letter voor -en geen letter van SOFT KETCHUP, dan schrijf je +d. Moeilijke situaties De lerares legt een paar moeilijke situaties uit in de video. Vul het juiste participium in van de infinitieven tussen haakjes. (normale verba!) 1. Ik heb voor die trui 19 euro betaald. (betalen)2. De kinderen hebben de hele namiddag gespeeld (spelen) en dan hebben ze hun speelgoed opgeruimd (opruimen) .3. Ze heeft hard gewerkt (werken) . Ze is heel moe.4. Wat heb je in je land gestudeerd (studeren) ? Biologie.5. Ik heb in een appartement in het centrum van Brugge gewoond (wonen).6. Heb je je huiswerk al gemaakt (maken)?7. Ik heb zeker een half uur op jou gewacht (wachten).8. Hij heeft naar het nieuws op de radio geluisterd (luisteren) .9. Ik heb afgewassen en mijn man heeft afgedroogd (afdrogen) .10. Ik heb 5 kilometer gewandeld (wandelen) . Mijn voeten doen pijn.11. Dat liedje heb ik nog nooit gehoord (horen) .12. De kapper heeft mijn haar geknipt (knippen) .13. Jullie hebben al veel gereisd (reizen).14. De leraar heeft gisteren het presens herhaald (herhalen).15. Ik ben niet getrouwd (trouwen) . Ik ben alleenstaand. Speciale verba Sommige verba zijn speciaal. Deze moet je studeren / memoriseren. Ze eindigen meestal op -n of -en.Oefen via deze link: Quizlet speciale verbaJe kan de lijst vinden in je studeerkaart van het perfectum. Vul het participium in. Deze verba zijn allemaal speciaal!Je mag de lijst gebruiken om te controleren. 1. Ik heb vanmorgen de krant gelezen (lezen) .2. We hebben eerst lekker gegeten (eten) en dan een kopje koffie gedronken (drinken).3. Ik ben gisteren naar Brussel gegaan (gaan) .4. Hij heeft de hele middag over zijn problemen gesproken (spreken) .5. Ik heb lang geslapen. Ik ben deze morgen om 10u opgestaan (opstaan) .6. Dan heb ik een douche genomen (nemen) .7. We hebben allemaal samen een liedje gezongen (zingen) .8. Dirk heeft samen met Saskia boodschappen gedaan (doen) .9. De zon heeft de hele dag geschenen (schijnen) .10. De kinderen hebben in het weekend hun grootouders bezocht (bezoeken) . Schrijf een zin in het perfectum met deze speciale verba. Begin de zin met IK. Let op! Het perfectum heeft 2 verba: hebben (verb 1) + participium (verb 2). mijn zoon naar school brengen Ik heb mijn zoon naar school gebracht. mijn familie bezoeken Ik heb mijn familie bezocht. boodschappen doen Ik heb boodschappen gedaan. naar Brussel gaan (verb 1= zijn!) Ik ben naar Brussel gegaan. naar tv kijken Ik heb naar tv gekeken een T-shirt kopen Ik heb een T-shirt gekocht. een boek lezen Ik heb een boek gelezen. lekker ontbijten Ik heb lekker ontbeten. om 7u opstaan (verb 1 =zijn!) Ik ben om 7u opgestaan. goed slapen Ik heb goed geslapen. veel Nederlands spreken Ik heb veel Nederlands gesproken. mijn broek strijken Ik heb mijn broek gestreken. een taart bakken Ik heb een taart gebakken. koffie drinken Ik heb koffie gedronken. spaghetti eten Ik heb spaghetti gegeten. Vul het correcte participium in.Let op! Sommige verba zijn normaal, sommige zijn speciaal!Je moet kiezen uit deze verba: betalen - bakken - verhuizen - eten - drinken - gaan -aandoen - lezen - vallen -zeggen - zoeken - verhuizen - opstaan - zijn - zitten - breken - vertrekken - herhalen - kopenDit zijn infinitieven. Jij moet het participium maken! Neem je lijst om te controleren of de verba speciaal zijn of niet. 1. Ik heb mijn jas aangedaan .2. We hebben frietjes gegeten.3. Woon je al lang in Aalst? Wanneer ben jij naar Aalst verhuisd ?4. Oma heeft gisteren een lekkere cake gebakken .5. Ik ben van de trap gevallen en ik heb mijn been gebroken .6. Heb je dat boek al gelezen ?7. Vanmorgen ben ik te laat opgestaan . Mijn wekker was kapot.8. Ik ben vorige week in Gent geweest .9. De toeristen hebben een ticketje voor de zoo gekocht .10. De lerares heeft de oefening herhaald , want de studenten vonden het moeilijk.11. Wanneer zijn jullie op reis vertrokken ?12. Ik vind mijn ring nergens. Ik heb al overal gezocht .13. Wat ben je nerveus! Je hebt nog geen minuut stil gezeten .14. Hij heeft hoofdpijn. Hij heeft gisteren te veel wijn gedronken .15. Na de les zijn we te voet naar huis gegaan .16. Mijn moeder heeft gezegd dat ik direct naar huis moet komen.17. De man heeft de rekening nog niet betaald . Een dagboek schrijven Wat heb jij gisteren gedaan?Schrijf zeker 5zinnen in het perfectum. Schrijf 5activiteiten en een beetjeextra informatie(wat? wanneer? waar? met wie? ...).Deze foto’s kunnen je inspiratie geven, maar je mag ook over andere activiteiten schrijven.ChecklistWat moet je zeker schrijven?- 5 (of meer) activiteiten in het perfectum- Extra info bij de activiteiten (wat? wanneer? waar? met wie? ...)OOLet op voor je perfectum! -> subject + verb 1 (=hebben of zijn )+ ... + verb 2 (= participium)