4. Afspraak maken en verzetten. DEEL 1

Worksheet by Machteld Claes
4. Afspraak maken en verzetten. DEEL 1 worksheet preview image
Subjects
ELA
Grades
100
Language
NLD
Assignments
7 classrooms used this worksheet

Stap 1: dialogen aan de telefoon.Luister naar de dialoog tussen Mr. Peeters en Mevr. Janssens (deel 1) en beantwoord de vragen. 1) Waarom maakt mevrouw Janssens een afspraak met meneer Peeters? 2) Wanneer spreken ze af? Luister naar de dialoog Mr. Peeters en Mevr. Janssens (deel 2) en beantwoord de vragen.3) Waarom belt mevrouw Janssens opnieuw naar meneer Peeters? Ze heeft een goedkoper appartement gevonden. Ze wil de afspraak verzetten. Ze wil nog iets vragen over het appartement. Dialoog 2 (deel 1)Luister naar de dialoog van Mr. Vercammen en Mevr. Mertens (deel 1) en beantwoord de vragen. 1) Waarom maakt mevrouw Mertens een afspraak met meneer Vercammen? 2) Wanneer spreken ze af? Dialoog 2 (deel 2)Mevrouw Mertens telefoneert opnieuw naar meneer Vercammen.Luister naar de dialoog van Mr. Vercammen en Mevr. Mertens (deel 2) en beantwoord de vragen. 3) Waarom wil mevrouw Mertens de afspraak verzetten? 4) Wanneer is de nieuwe afspraak? Morgen om 15u30 Overmorgen om 19u30 Morgen om 20u30 Overmorgen om 20u30 Luister nog eens naar bovenstaande dialogen. Vul nadien de formuleringen aan (lege kaders en .......), zodat jij in de toekomst ook afspraken kan maken en verzetten. SITUATIE WAT ZEG JE? Je zegt aan de telefoon wie je bent. Je zegt waarom je belt. (Je zegt wat het probleem is.) Je wil op een ander moment afspreken. Wat vraag je? Je wil een nieuw moment voorstellen (= suggereren). Het nieuwe moment is oké. Ja, dat is goed. OF Ja, dat past voor mij. Het nieuwe moment is niet oké. Je neemt afscheid.

Use This Worksheet