Werkwoorden Presens
Lees eerst de theorie over het werkwoord – presens in je grammaticaboekje.Maak daarna deze oefening: vul de juiste vorm van het werkwoord in (presens). De aankoopbediende vergelijkt (vergelijken) offertes van verschillende leveranciers.Daarna vult hij de bestelbon in (invullen).Geef (geven) je me een seintje wanneer de vergadering afgelopen is?De cursist vindt (vinden) geen geschikte stageplaats.Vraagt (vragen) je collega twee weken verlof?Hoe spel (spellen) je jouw naam?De receptioniste zendt (zenden) de brief naar de klanten.Controleer (controleren) jij of alle computerschermen uit staan?De personeelsdienst past de gegevens in mijn dossier aan (aanpassen).Kunt (kunnen) u de factuur ten laatste overmorgen betalen?De cursisten mogen (mogen) in de les geen andere talen spreken.Je klikt (klikken) op de verkeerde map.De superette om de hoek aanvaardt (aanvaarden) geen maaltijdcheques.Onze firma levert (leveren) twee werkdagen na bestelling.Die klant bestelt (bestellen) altijd voor meer dan 500 euro.Solliciteert (solliciteren) je zus enkel voor administratieve functies?De zaakvoerder ondertekent (ondertekenen) alle offertes.Ik mail (mailen) je vandaag nog onze prijzen en voorwaarden.De receptioniste verbindt de klant door met de verkoopafdeling (doorverbinden).Beantwoord (beantwoorden) een prijsaanvraag van een potentiële klant zo snel mogelijk.Wij schrijven het openstaande bedrag vandaag over (overschrijven)!De firma stuurt (sturen) een creditnota om de fout in de factuur te corrigeren.De stagiaire kopieert (kopiëren) de reclamefolder 20 x.