Werkwoordenblok 13

Worksheet by Dennis Verhasselt
Werkwoordenblok 13 worksheet preview image
Subjects
Other
Grades
6
Language
NLD
Assignments
16 classrooms used this worksheet

Tegenwoordige tijd De ik-vorm krijgt nooit een t.ik werk, ik fiets, ik gooi, ik luister...Een ander (mens, dier of ding) krijgt altijd een t,behalve als er je of jij achter het werkwoord staat.jij werkt - werk jij, jij fietst - fiets jij, jij gooit - gooi jij, je luistert - luister je...Een werkwoord in de tegenwoordige tijd kan alleen op een d eindigen, als de stam van het werkwoord op een d eindigt.worden - ik word - jij wordt ,branden - ik brand - het huis brandtJe kunt niet altijd horen of je achter een werkwoord eentmoet toevoegen.Als je twijfelt kun je het werkwoord vervangendoor een werkwoord waarvan de stam niet eindigt op een d of t, bijvoorbeeld lopen of smurfen.‘Jij loopt, eindigt op een ‘t’, dus jij wordt eindigt ook op een 't'.Ik smurf eindigt niet op een 't', dus ik vind eindigt ook niet op een 't'. Schrijf het passende nummer van het werkwoordschema tussen haakjes. We gebruiken enkel de nummers van 1 tot en met 4. 1 De buurvrouw verwittigt (4) de brandweer.2 De leerlingen studeren (2) voor hun examens.3 Kent (4) grote broer al zijn leerstof?4 Deze kleuter rijdt (4) met zijn fiets op het trottoir.5 Onze poes wordt (4) door de veearts behandeld (1).6 De hond (1) zit (4) aan de deur te wachten op zijn baasje.7 Mijn zusje bindt (4) al zelf haar schoenen.8 Ik bekijk (2) de situatie dag per dag.9 Verdraaid (1), zus maakt (4) opnieuw dezelfde fout (1).10 De dief boet (4) voor zijn daden. Geef van het onderstreepte woord het juiste nummer van het werkwoordschema, de infinitief en de stam. zin nummer van het werkwoordschema infinitief stam Jij eist te veel! 4 eisen eis Helena drijft met haar luchtmatras op zee. 4 drijven drijf Daar blaast de wind krachtig. 4 blazen blaas Wij genieten graag van het zonnetje. 2 genieten geniet Mama verbiedt mij te lezen in bed. 4 verbieden verbied In de bakker snijdt de mevrouw het brood. 4 snijden snijd Op zondag koop ik boterkoeken en broodjes. 2 kopen koop In de kerk bidt de priester om vergeving. 4 bidden bid De verpleegster spuit het medicijn in. 4 inspuiten spuit in Mama plonst met zus in het zwembad. 4 plonzen plons

Use This Worksheet