1.2 mondeling Wat moet ik met de lamp doen?

1.2 mondeling 
Wat moet ik met de lamp doen? worksheet preview image
Subjects
Other
Grades
100
Language
NLD
Assignments
13 classrooms used this worksheet

Situatie: Je gaat verhuizen! Je gaat verhuizen. Je neemt al jouw meubels en decoratie mee naar jouw nieuw huis. Vrienden helpen jou met verhuizen. Ze vragen jou waar ze jouw meubels en decoratie moeten zetten, leggen en hangen. Kijk goed naar de positieverba. Kies in de volgende oefeningen het juiste verbum. Wat moet je met deze objecten doen? Kies het juiste verbum: zet - leg - hang 1) Zet de lamp maar op het bureau.2) Hang de spiegel maar boven de schoenkast.3) Leg de handdoeken maar in de kast in de badkamer.4) Leg de kussens maar in de driezit.5) Hang de klok maar in de eetkamer. 6) Zet de plant maar op de vensterbank. 7) Zet het cd-rek maar naast de kast.8) Hang de kapstokken maar in de kleerkast. 9) Zet de schoenkast maar naast de deur.10) Hang het schilderij maar boven de tweezit. Geef instructies. Antwoord op de volgende vragen met een correcte instructie (in de imperatief).Kies het juiste prepositie en het juiste verbum! 1) Wat moet ik met de kast doen? (... de slaapkamer) 2) Wat moet ik met het tapijt doen? (... de tafel) 3) Wat moet ik met de stoelen doen? (... de woonkamer) 4) Wat moet ik met het bed doen? (... de slaapkamer) 5) Wat moet ik met de spiegel doen? (... de muur ... de woonkamer) 6) Wat moet ik met de nachtkastjes doen? (... het bed) 7) Wat moet ik met het gordijn doen? ( ... het raam) 8) Wat moet ik met de kussens doen? (... de zetel)

Use This Worksheet