Deel 5: Wat doe jij graag?

Deel 5: 
Wat doe jij graag? worksheet preview image
Subjects
Other
Grades
100
Language
NLD
Assignments
16 classrooms used this worksheet

Schrijf het verbum correct. 1 (Werken) Werk jij in Brussel? Ja, ik (werken) werk in Brussel en mijn man (werken) werkt in Antwerpen.2 Mijn vriend (komen) komt om 18u naar de school.3 Ik (wonen) woon in een klein appartement in Aalst.4 Shona (schrijven) schrijft elke dag een mail naar haar moeder.5 Hoe laat (hebben) heb je pauze?6 (Zijn) Is Tijo al lang in België?7 (Drinken) Drinkt Shilu koffie of thee?8 Je (spreken) spreekt goed Nederlands. Luister naar Willem. Wat doet Willem graag? Luister naar Annelies. Wat doet Annelies graag? Wat doe jij graag? Schrijf 3 zinnen. Wat doe jij NIET GRAAG? Schrijf 3 zinnen. Vragen (?) maken. Maak de vragen. lezen lees jij graag? zwemmen zwem jij graag? poetsen poets jij graag? strijken strijk jij graag? voetballen voetbal jij graag? Wat doe jij (niet) graag? Wat doe jij (niet) graag? Ga jij graag naar de supermarkt? Schrijf het antwoord. Spreek jij graag Nederlands? Schrijf het antwoord. Drink jij graag koffie? Schrijf het antwoord. Je krijgt een e-mail van Alejandro. Lees de mail. Geef antwoord op de vragen. Welke activiteiten doet Alejandro GRAAG? Hij voetbalt graag. Hij gaat graag op café. Hij zwemt graag. Gaat Alejandro altijd alleen zwemmen? Nee, soms met zijn broer Raul. Wanneer en waar gaat Alejandro zwemmen? Elke zaterdag in het zwembad van Aalst Wat doet Alejandro NIET GRAAG? Hij winkelt niet graag. Hij wandelt niet graag in het park. Wat doet de vrouw van Alejandro GRAAG? Zij winkelt graag.

Use This Worksheet