Het perfectum

Worksheet by Kristof Marius
Het perfectum worksheet preview image
Subjects
Arabic
Grades
1
Language
NLD
Assignments
14 classrooms used this worksheet

In de eerste kolom zien jullie 15 instructies.Opdracht: Zeg dat jullie dat al gedaan hebben. Gebruik dus het perfectum.Voorbeeld: Poets je tanden! >>> Ik hebmijn tanden algepoetst.Vergeet dus niet ook het woord "al" in elke zin te schrijven!(Nog enkele voorbeelden met al: "Ik heb al gestudeerd vandaag. Ik heb mijn huiswerk al gemaakt vandaag. Ik ben al naar de bakker gegaan vandaag. Ik heb al gesport vanmorgen.) Luister naar de radio! Ik heb al naar de radio geluisterd. Slaap 8 uur! Ik heb al 8 uur geslapen. Kook de eieren! Ik heb de eieren al gekookt. Maak jouw huiswerk! Ik heb mijn huiswerk al gemaakt. Drink een liter water! Ik heb al een liter water gedronken. Bak een taart! Ik heb al een taart gebakken. Poets de vloer! Ik heb de vloer al gepoetst. Werk veel! Ik heb al veel gewerkt. Eet veel fruit! Ik heb al veel fruit gegeten. Ga naar de VDAB! Ik ben al naar de VDAB gegaan. Wandel 5 kilometer! Ik heb al 5 kilometer gewandeld. Bel naar de lerares! Ik heb al naar de lerares gebeld. Geef een cadeau! Ik heb al een cadeau gegeven. Lees de krant! Ik heb de krant al gelezen. Was jouw haar! Ik heb mijn haar al gewassen. ONREGELMATIGE VERBUMSSchrijf onderstaande zinnetjes in het PERFECTUM.Let op: het zijn ONREGELMATIGE werkwoorden! 1. Ik drink veel koffie.>> Ik heb veel koffie gedronken.2. Hij schrijft mooie brieven.>> Hij heeft mooie brieven geschreven.3. Wij zwemmen veel in de zee.>> Wij hebben al veel in de zee gezwommen.4. Mijn mama strijkt mijn hemden.>> Mijn mama heeft mijn hemden gestreken.5. Na de barbecue was ik de borden af.>> Na de barbecue heb ik de borden afgewassen.6. Deze ochtend ontbijt ik lekker!>> Deze ochtend heb ik lekker ontbeten.7. Ik koop mijn groentjes in de groentenwinkel.>> Ik heb mijn groentjes in de groentenwinkel gekocht.8. Ik snijd de ajuin heel fijn.>> Ik heb de ajuin heel fijn gesneden.9. Ik ga naar Aalst met de fiets.>> Ik ben naar Aalst gegaan met de fiets. (RICHTING!!!)10. Ik breng mijn kinderen altijd naar school.>> Ik heb mijn kinderen altijd naar school gebracht.11. Mijn zus geeft mij een cadeau voor mijn verjaardag.>> Mijn zus heeft mij een cadeau gegeven voor mijn verjaardag.12. Jullie vallen van de trap...>> Jullie zijn van de trap gevallen.13. Wij verhuizen van Gent naar Aalst.>> Wij zijn van Gent naar Aalst verhuisd.14. Ik betaal in de winkel met de kaart.>> Ik heb in de winkel met de kaart betaald.15. Ik rijd naar Gent met de auto.>> Ik ben naar Gent gereden met de auto. (RICHTING!)

Use This Worksheet