Bundel 7: het lichaam + klachten

Worksheet by Ellen
Bundel 7: het lichaam + klachten worksheet preview image
Subjects
Other
Grades
100
Language
NLD
Assignments
37 classrooms used this worksheet

Het lichaam Schrijf het cijfer van de lichaamsdelen op de correcte plaats.1. het oog (de ogen)2. het hoofd (en)3. de neus4. het oor (de oren)5. de schouder (s)6. de mond (en)7. de arm (en)8. de vinger (s)9. de hand (en)10. de knie (de knieën)11. het been (de benen)12. de teen (de tenen)13. de voet (en) 1 3 5 7 9 11 13 2 4 6 8 10 12 Het lichaam - deel 2 Schrijf de woorden op de correcte plaats.- de hersenen- de milt- de darm- de lever- het hart- de nieren- de maag- de longen- het oog- de mond het oog de longen de nieren de milt de lever de darm de maag het hart de mond de hersenen Ik ben ziek! Ik ben misselijk. Ik heb een ontsteking ( = infectie). Ik hoest. Ik heb hoofdpijn. Ik heb koorts. Ik heb keelpijn. Combineer de klachten met de foto's. Foto: Klacht Ik heb koorts. Ik heb hoofdpijn. Ik heb keelpijn. Ik heb buikpijn. Ik ben verkouden. Ik moet hoesten en niezen. Ik ben misselijk. Ik moet braken ( = overgeven). Luister naar de dialoog. Meneer Janssens is ziek.Welke ziekte heeft hij? Hij is verkouden.Wat zijn de symptomen? Hij moet hoesten en niezen.Heeft hij koorts? Ja of nee? Nee Luister naar de dialoog. Wat scheelt er met Tom? Hij heeft keelpijn.Is Tom verkouden? NeeHoeveel graden koorts heeft Tom? 38,5 graden. Luister naar de dialoog. Wat scheelt er? Sina heeft hoofdpijn.De andere cursist heeft buikpijn. Luister naar de dialoog. Wat scheelt er? Suzana heeft tandpijn.De andere cursist heeft rugpijn. Luister naar de dialoog. Wat scheelt er? Pavel heeft pijn aan zijn schouder.De andere cursist heeft pijn aan haar voet. Bij de dokter! Kijk naar de video. Luister naar de dialoog. Wat scheelt er? Fawad heeft pijn aan zijn knie.De andere persoon heeft pijn aan haar arm. Je ziet een vrouw, Mia. Zij telefoneert. Waarom? Zij belt naar de tandarts voor een afspraak. Zij is ziek en zij belt naar de dokter voor een afspraak. Haar zoon is ziek en zij belt naar de dokter voor een afspraak.

Use This Worksheet