Les 09/06/2022 : Mag dat? + Perfectum
Deel 1 : Mag / moet / mag niet 1) Kijk naar de video over "mag / moet / mag niet" 2) Sorteer deze foto's bij het juiste verbum "mag / mag niet / moet" mag mag niet moet 3) Vul het correcte verbum in. Kies uit "mag / mogen / moet / moeten" 1) Als je gezond wil leven, moet je veel fruit eten.2) Een huisdier moet je goed verzorgen.3) Ik moet nog veel voor de test studeren.4) Kinderen mogen niet naar deze film kijken.5) Als je binnenkomt, moet je je schoenen uitdoen.6) Voor je gaat slapen, moet je je tanden poetsen.7) Kinderen moeten altijd naar hun ouders luisteren.8) Op school mag je geenalcohol drinken.9) Ik moet elke dag om 7u opstaan.10) Excuseer, mag ik u iets vragen?11) In de zomer mogen wij van mama elke dag een ijsje eten.12) Jullie moeten meer studeren! Deel 2 : Een reglement Reglement = een document met informatie over wat jij mag doen, wat jij niet mag doen en wat jij moet doen 4) Een reglement van een appartementsgebouw a) Er belt iemand aan je deur. Je kent deze man niet. Je vraagt via de parlofoon wie hij is. Hij zegt dat hij een vriend is van jouw buur. Wat doe je? Ik doe deur voor hem open. Ik laat hem niet binnen. b) Je hoort het brandalarm. Ik ga naar beneden met de trap. Ik ga naar beneden met de lift. c) Je wil je keuken renoveren. Wanneer doe je dat? op zaterdag op zondag tijdens de week, na mijn werk (tot 22u 's avonds) 5) Reglement van een vakantiehuisje in de Ardennen a) Het is mooi weer. Je zoon wil graag buiten spelen. Mag dat? ja ja, maar hij mag niet voetballen nee b) Je bent jarig. Je wil graag een feestje geven 's avonds met muziek zodat jullie kunnen dansen. Mag dat? ja nee c) Je hebt een hond. Mag je die meenemen naar het huisje? ja ja, maar de hond moet buiten blijven nee Deel 3 : willen / kunnen 6) Kijk naar de video over de verba "willen / kunnen" 7) Vul het correcte verbum in. Kies uit "kan / kunnen / mag / wil / moet" 1) Sorry, maar ik kan morgen niet komen.2) Kan jij goed dansen?3) Kan ik me volgende week nog inschrijven voor de cursus?4) Mijn broer kan 5 verschillende talen spreken.5) Wij kunnen morgen niet komen, want wij moeten werken.6) Je mag in de klas niet eten. Dat staat in het reglement.7) Ik ben werkloos, maar ik wil graag een job vinden.8) In de kerk moet je stil zijn.9) Zij kan heel goed zingen.10) Zahra wil graag stoppen met roken.11) U mag hier niet roken, mevrouw.12) Ik kan geen Russisch spreken.13) Ik kan niet gaan werken vandaag, want ik ben ziek.14) Jullie kunnen super mooi zingen!15) Lerares, ik wil graag meer oefenen. 8) Antwoord op de vragen met een volledige zin. Gebruik ook een van de nieuwe verba in je antwoord (mag, kan, wil, moet, ...) 1) Kan jij goed zwemmen? 2) Wil jij in België blijven wonen? 3) Moet jij vandaag werken? 4) Hoeveel kinderen wil jij graag? 5) Welke stad in België wil jij graag bezoeken? 6) Wat kan jij niet goed? Deel 4 : Perfectum inversie Studeer eerst de nieuwe speciale verba in het documentop Teams en maak daarnapas de oefeningen! 9) Kijk naar de video over INVERSIE met Perfectum 10) Wat heb jijgisteren gedaan?Schrijf informatie over ALLE activiteiten op de foto's in chronologische volgorde.Geef ook wat extra informatie (Wat? Waar? Met wie? Wanneer? Hoe laat? Hoeveel?)Pas op voor inversie als je zin start met de tijd! 11) Dit was mijn weekend!Schrijfhet participiumen eventueel "hebben op de correcte plaats in perfectum.Pas op voor inversieals de zin start met de tijd.Kiesuit :betalen - lopen - nemen - gaan (x2) - winkelen - zingen - bezoeken - zien - kopen - doen - zwemmen - zoeken Ik heb een druk weekend gehad!Vrijdagavond ben ik naar de cinema gegaan met mijn vrienden. We hebben op café nog iets gedronken (drinken).Daarna hebben we in de discotheek gedanst (dansen).Zaterdagochtend ben ik om 7u opgestaan (opstaan).Daarna heb ik boodschappen gedaan in de Colruyt.Wij hebben in de namiddag gesport : ik heb in het zwembad gezwommen en mijn man heeft 5km gelopen. Nu doen zijn benen een beetje pijn.Ik heb thuis een douche genomen en onder de douche heb ik een liedjes gezongen.Ik heb snel mijn bloezen gestreken (strijken).Daarna ben ik naar Antwerpen gegaan. Ik heb mijn familie bezocht.We hebben samen gewinkeld in het centrum. In de kledingwinkel heb ik een mooie jas gezien. Ik heb de jas gekocht en aan de kassa heb ik met de kaart betaald. 's Avonds hebben we in het stadspark gewandeld (wandelen).Om 20u hebben we allemaal samen op restaurant gegeten (eten).Zondag heb ik mijn les gestudeerd (studeren). Ik heb een paar woorden gezocht in het woordenboek, maar daarna heb ik de les goed begrepen (begrijpen). Om nog wat extra te oefenen, heb ik ook een boek gelezen (lezen). 12) En jij? Wat heb jijdit weekendgedaan?Schrijf zeker 8activiteiten in perfectum.Pas op voor inversieals je zin startmet de tijd! Kahoot! 13) Als jij nog meer wil oefenen op moet niet dan kan je hier klikken om de QUIZ te spelen! Je bent klaar met de oefeningen!Klik zeker op en daarna op