Les 16/06/2022 : Jobs

Les 16/06/2022 : Jobs worksheet preview image
Language
NLD
Assignments
9 classrooms used this worksheet

Deel 1 : Kwaliteiten = wat is positiefaan jouw karakter1) Kies de juiste naam van de kwaliteit voor de uitleg in de vraag a) Als een klant binnenkomt in de winkel zeg ik hallo, bedankt, tot ziens mevrouw Ik ben ...... creatief klantvriendelijk netjes b) Ik teken graag, ik kan goed schilderen en ik heb veel fantasie. Ik ben ...... sportief creatief flexibel c) Wanneer er thuis iets kapot is, kan ik het repareren. Ik ben heel ...... handig sociaal gemotiveerd d) Ik hou van poetsen en orde. Ik ben heel georganiseerd. Ik kan niet werken als het niet proper is. Ik ben heel ...... flexibel sportief netjes / ordelijk e) Ik loop 3 keer per week en op zondag ga ik zwemmen. Ik ben ...... klantvriendelijk sportief sociaal f) Ik praat graag met de mensen en dat maakt me blij! Ik ben ...... sociaal netjes / ordelijk flexibel g) Ik kan ook in het weekend of 's avonds werken. Als mijn collega ziek is, zal ik hem vervangen. Ik ben ...... handig gemotiveerd flexibel h) Ik goed werk computer. Kan ik goed werk computer. Ik kan goed met de computer werken. i) Ik hou van mijn werk en ik werk heel graag! Dat maakt me blij! Ik ben ...... gemotiveerd en enthousiast sociaal en klantvriendelijk creatief en sportief j) Ik kan direct beginnen werken, ik ben ...... auto onmiddellijk beschikbaar sociaal k) Iemand die op kantoor (= bureau) werkt is een ...... bediende kantoormens bureau l) De taal die je het eerst hebt geleerd. andere taal vadertaal moedertaal Nederlands kindertaal m) Ik kom altijd op tijd. Ik kom nooit te laat. Ik ben ......... stipt stibt stippet 2) Schrijf informatie over- je werkervaring(Ik heb vroeger gewerkt als ......)- je talenkennis- 5 kwaliteitenControleerextra goed de spelling! Deel 2 : Je hebt de job! 3) Je hebt gesolliciteerdvoor een job bij de firma KSV.Je krijgt vandaag een e-mail en ook een voicemailop je telefoon. 1) Voor welke job heb jij gesolliciteerd? 2) Wie stuurt deze e-mail? 3) Waarom krijg je de brief? 4) Wat is de job van Nadia? 5) In welke gemeente ligt de firma KSV? 4) Luisternaar de voicemailvan de firma KSV. 1) Wie belt jou? 2) Wat moet je doen? 3) Telefoonnummer? 4) Wanneerkan je bellen? (dagen + uren) 5) Morgen is je eerste werkdag in de nieuwe job! De secretaressetelefoneertjou om nog een beetje belangrijke informatiete geven. Ze zegt jou waarje precies moet zijn en hoe laat. Ze vertelt ook welke kledijje niet mag dragen. 1) Uur? 2) Waar is het bureau van de baas? 3) Welke kledij mag je niet dragen (4)? Deel 3 : Lezen maar! 6) Lees het verhaal en antwoord op de vragen. a) Welke TWEE zinnen zijn correct? Karel is ouder dan de directeur. Karel is sympathieker dan de directeur. De directeur is sympathieker dan Karel. De directeur en Karel zijn even (=) sympathiek. b) Wat mag je zeker niet doen op je eerste werkdag? Koffie drinken. Koffie drinken voor 10u30. Koffie drinken in de pauze. c) Welke DRIE zinnen zijn correct? Karel zal volgend jaar stoppen met werken. Karel heeft zijn been gebroken. Karel heeft gezien dat Peter koffie heeft gedronken voor de pauze. Karel zal je helpen als er een probleem is. Karel heeft vorig jaar naar Peter gebeld om hem veel beterschap te wensen. d) Wie is directeur Janssens? Wie is Karel?Kijk goed naar de kledij van de mannen!Klik op het bolletje en noteer "directeur Janssens" en "Karel" bij de correcte persoon. directeur Janssens Karel 7) Lees het artikel. Zijn de zinnen juist of fout? juist De vluchtelingen die naar België komen, hebben een andere moedertaal dan Nederlands. Vluchtelingen vinden in België sneller werk dan in andere Europese landen. Vluchtelingen vinden in België snel werk, omdat ze sneller een opleiding of stage mogen volgen ook al kennen ze nog niet veel Nederlands. fout Alle vluchtelingen die in België werk zoeken, vinden na twee jaar werk. Deel 4 : Perfectum Studeer eerst het document met Speciale Verba 3!! 8) Schrijf de verbatussen haakjes in Perfectum.Schrijf ook "hebben 1) De man is naar de winkel gegaan. (gaan)2) Hij heeft een jas gekocht. (kopen)3) Op reis heeft mijn vader elke dag de krant gelezen. (lezen)4) Ik heb mijn twee dochters naar school gebracht. (brengen)5) Heb jij de deur gesloten? (sluiten)6) Vorige maand ben ik naar Polen gevlogen met het vliegtuig. (vliegen)7) Heb je veel aan mij gedacht? (denken)8) Thomas heeft de borden en tassen afgewassen. (afwassen)9) Ik heb een super mooi cadeau gekregen! (krijgen)10) Vandaag ben ik mijn boterhammen niet vergeten! (vergeten)11) Zij hebben vanmorgen om 11u ontbeten. (ontbijten)12) Ik heb gisteren €10 op straat gevonden! (vinden)13) Ik heb mijn kinderen een snoepje gegeven. (geven)14) Wij zijn altijd naar de les gekomen. (komen)15) Sofie is gisteren met de auto naar Brussel gereden. (rijden)16) Ik ben gescheiden. (scheiden)17) Mijn nonkel is vorige week gestorven, dus ik ben een beetje triestig. (sterven)18) Hij is van de trap gevallen en heeft zijn been gebroken. (vallen - breken) 9) Welke activiteiten heb jij gisteren gedaan?Schrijf over ALLE foto's een zin in Perfectum.Schrijf ook wat extra informatie (Waar? Met wie? Hoe laat? Wat?)Pas op voor INVERSIE als je zin start met de TIJD! Je bent klaar met de oefeningen!Klik zeker op en daarna op

Use This Worksheet