De Negatie deel 1
1) Lees de zinnen.Schrijf de zinnen negatief.Kies uit geen 2) Maak de zinnen negatief.Schrijf ‘niet’ of ‘geen’. Postieve zin Negatieve zin 1.Ik spreek Arabisch. Ik spreek geen Arabisch. 2.Ik ga naar Griekenland. Ik ga niet naar Griekenland. 3.Ik kijk naar TV. Ik kijk niet naar TV. 4.Ik heb 8 euro. Ik heb geen 8 euro. 5.Hij komt uit Frankrijk. Hij komt niet uit Frankrijk. 6.Wij lopen in het park. Wij lopen niet in het park. 7.Zij hebben koorts. Zij hebben geen koorts. 8.Ik wil een nieuwe gsm. Ik wil geen nieuwe gsm. 3) Antwoord negatief! 1. Drinkt Piet koffie?Nee, Piet drinkt geen koffie.2. Rook jij een sigaret?Nee, ik rook geen sigaret.3. Woon jij in Gent?Nee, ik woon niet in Gent.4. Heb jij katten?Nee, ik heb geen katten.5. Ben jij een man?Nee, ik ben geen man.6. Is Anna sympathiek?Nee, Anna is niet sympathiek.7. Eet jij een banaan?Nee, ik eet geen banaan.8. Winkel jij graag?Nee, ik winkel niet graag.9. Is België een stad?Nee, België is geen stad.10. Ben jij moe?Nee, ik ben niet moe.11. Ben jij een Belg?Nee, ik ben geen Belg.12. Leest Peter kranten?Nee, ik lees geen kranten.13. Ben jij 12 jaar?Nee, ik ben geen 12 jaar.14. Voetbal jij?Nee, ik voetbal niet.15. Moet hij vandaag werken?Nee, hij moet vandaag niet werken.16. Hebben zij een fiets?Nee, zij hebben geen fiets.17. Ga jij naar school?Nee, ik ga niet naar school.18. Is Nederlands gemakkelijk?Nee, Nederlands is niet gemakkelijk.19. Spreek jij Italiaans?Nee, ik spreek geen Italiaans.20. Woon jij in Antwerpen?Nee, ik woon niet in Antwerpen.