1AVb: Inleiding thema 6: ademhalingsstelsel
Gebruik volgend filmpje om de volgende vragenop te lossen! Je kan het meerdere keren bekijken! Ook je werkboek thema 6 mag je steeds als hulpmiddel gebruiken. Vraag 1. De delen van het rompmodel. Wat stellen de verschillende delen voor?Geef de naam van de delen bij de foto. Let op de schrijfwijze. Kies uit: long - middenrif - borstbeen - ribben. ribben long middenrif borstbeen Vraag 2. Welke delen beschermen je longen? het hart de ribben de lever Vraag 3. Welke organen zitten er tussen de ribben? vet spieren Vraag 4. Wat gebeurt er als de tussenribspieren samentrekken, de ribben en het borstbeen omhoog gaan en de borstholte vergroot? We ademen in. We ademen uit. Vraag 5. Wat gebeurt er als door de zwaartekracht de ribben opnieuw omlaag gaan en de borstholte verkleint? Je ademt in. Je ademt uit. Vraag 6. Het model van de buikademhaling Bekijk volgend filmpje aandachtig. De informatie van de volgende 3 vragen hoor je van minuut 5 tot 6. Vraag 7. Wat gebeurt er als het rubberen vlies wordt uitgerekt?Bij het uittrekken van het rubberen vlies zullen... De ballonnen in de fles worden opgeblazen. De ballonnen in de fles lopen leeg. Vraag 8. Wat gebeurt er het omhoog duwen van het rubberen vlies? De ballonnen in de fles worden opgeblazen. De ballonnen in de fles lopen leeg. Vraag 9. Bij het omhoog duwen van het rubberen vlies stroomt er lucht .... IN de ballonnen. UIT de ballonnen. Vraag 10. De bouw van het ademhalingsstelsel. Schrijf de juiste nummer op de juiste plaats. Tip 1 : in het filmpje gebruiken ze het woord bronchiën. Wij benoemen dit als luchtpijptak. Tip 2: nummertje 1 mag je 2x gebruiken. 1 1 4 6 7 5 2 3 Vraag 11: Voor de durvers... met echte longen van een varken. Bekijk dit filmpje los de vraag op: Wat valt op als je de longen bekijkt? De longen zijn donkerrood. De longen zijn roze. De longen zijn zacht. De longen zijn stevig. Timer voor 1 minuut. Deze kan je handig gebruiken bij vraag: 5.1 en 5.2. Vraag 12. Je eigen ademritme bepalen. In rust! Leg je linkerhand op je buik, je rechterhand op je borst. Adem zo normaal mogelijk tijden 1 minuut en tel hoeveel keer je inademt! ( Niet je hartslag)Je kan de timer gebruiken!Noteer: Ik adem ...... keer per minuut. Vraag 13. Je eigen ademritme bepalen. Na een flinke inspanning. Doe de oefening uit het filmpje hieronder mee zolang het filmpje loopt. (een flinke sportinspanning)Leg onmiddellijk na de inspanning je linkerhand op je buik, je rechterhand op je borst. Tel hoeveel keer je inademt. (Niet je hartslag)Je kan de timer gebruiken!Noteer: Ik adem ...... keer per minuut. Een flinke sportinspanning. Doe de oefening zo juist mogelijk na. Je rug goed recht houden en de armen krachtig mee bewegen. Extra uitdaging: de oefening springend uitvoeren! Vraag 14. Vergelijk je antwoorden van vraag 12 en 13. Wat valt op? Na een flinke inspanning is je ademritme kleiner. Na een flinke inspanning is je ademritme groter.